Stijgende inflatie leidt tot opvallende daling van reële lonen, volgens IAO-rapport

Goed doordachte beleidsmaatregelen zijn dringend nodig te voorkomen dat de armoedekloof, ongelijkheid en sociale onrust toenemen, volgens een IAO-rapport over de lonen wereldwijd.

Persbericht | 30 november 2022
GENEVE (IAO Nieuws) - De ernstige inflatiecrisis, gecombineerd met een wereldwijde vertraging van de economische groei, die onder meer het gevolg zijn van de oorlog in Oekraïne en de wereldwijde energiecrisis - leiden in veel landen tot een opvallende daling van de reële maandlonen.

Volgens een nieuw rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) vermindert de crisis de koopkracht van de middenklasse en worden huishoudens met een laag inkomen bijzonder hard getroffen.

Het Global Wage Report 2022-2023: The Impact of Inflation and COVID-19 on wages and purchasing power schat dat de maandlonen in de eerste helft van 2022 wereldwijd in reële termen met 0,9 procent gedaald zijn. Het is de eerste keer deze eeuw dat de reële mondiale loongroei negatief is.

In de industrielanden van de G20 zijn de reële lonen in de eerste helft van 2022 naar schatting gedaald met 2,2 procent, terwijl de reële lonen in de opkomende G20-landen met 0,8 procent zijn gestegen, 2,6 procent minder dan in 2019, het jaar vóór de coronapandemie.

"De wereldwijde crises waarmee we worden geconfronteerd, hebben geleid tot een daling van de reële lonen. Hierdoor zijn tientallen miljoenen werknemers in een penibele situatie terechtgekomen en worden zij geconfronteerd met toenemende onzekerheden", zei Gilbert F. Houngbo, directeur-generaal van de IAO. "De inkomensongelijkheid en de armoede zullen toenemen als de koopkracht van de laagstbetaalden niet op peil blijft. Bovendien kan het broodnodige herstel na de pandemie in gevaar komen. Dit zou verdere sociale onrust in de hele wereld kunnen aanwakkeren en het doel van welvaart en vrede voor iedereen kunnen ondermijnen."

Inflatie heeft een grotere impact op de laagstbetaalden

De crisis rond de kosten om in levensonderhoud te voorzien, komt bovenop de aanzienlijke loonverliezen voor werknemers en hun gezinnen tijdens de coronacrisis, die in veel landen de grootste impact had op de lage-inkomensgroepen.

Uit het rapport blijkt dat de stijgende inflatie een groter effect heeft op de kosten gelinkt aan levensonderhoud voor de laagstbetaalden. Dit komt omdat zij het grootste deel van hun beschikbare inkomen besteden aan essentiële goederen en diensten, die doorgaans sterker in prijs stijgen dan niet-essentiële artikelen.

De inflatie tast ook de koopkracht van de minimumlonen aan. Uit schattingen blijkt dat, ondanks nominale aanpassingen, de versnelde prijsinflatie de reële waarde van de minimumlonen snel afzwakt in veel landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn.

Maatregelen om de levensstandaard te behouden

Er is dringend nood aan goed doordachte beleidsmaatregelen om de koopkracht en de levensstandaard van werknemers en hun gezinnen te helpen onderhouden.
Een adequate aanpassing van de minimumlonen zou een doeltreffend instrument kunnen zijn, aangezien 90% van de lidstaten van de IAO over minimumloonstelsels beschikken. Sterk tripartiet sociaal overleg en collectieve onderhandelingen kunnen ook bijdragen tot correcte loonaanpassingen tijdens een crisis.

Andere beleidsmaatregelen die de gevolgen van de kosten van levensonderhoud voor huishoudens kunnen verzachten, zijn maatregelen die gericht zijn op specifieke groepen, zoals het geven van vouchers aan huishoudens met een laag inkomen om hen te helpen essentiële goederen te kopen, of het verlagen van de btw op deze goederen om de last van de inflatie voor huishoudens te verlichten en tegelijkertijd de inflatie te helpen terugdringen.

"We moeten bijzondere aandacht besteden aan werknemers in het midden en aan de onderkant van de loonspanning. De strijd tegen de verslechtering van de reële lonen kan helpen de economische groei te handhaven, wat op zijn beurt kan bijdragen tot het herstel van de werkgelegenheidsniveaus van vóór de pandemie. Dit kan een doeltreffende manier zijn om de kans op of de diepte van de recessies in alle landen en regio's te verminderen," zei Rosalia Vazquez-Alvarez, een van de auteurs.

Regionale verschillen

Uit het rapport, dat regionale en landengegevens bevat, blijkt dat de inflatie in de eerste helft van 2022 verhoudingsgewijs sneller steeg in landen met hoge inkomens dan in landen met lage en middeninkomens, wat leidde tot de volgende regionale reële loontrends:
  • In de Europese Unie, waar regelingen voor het behoud van werk en loonsubsidies de werkgelegenheid en het loonniveau grotendeels beschermden tijdens de pandemie, steeg de reële loongroei tot 1,3% in 2021 en daalde hij tot min 2,4% in de eerste helft van 2022.
  • In Oost-Europa is de reële loongroei vertraagd tot 4,0% in 2020 en 3,3% in 2021, en in de eerste helft van 2022 afgenomen tot min 3,3%.
  • In Noord-Amerika (Canada en de Verenigde Staten) daalde de gemiddelde reële loongroei tot nul in 2021 en tot min 3,2% in de eerste helft van 2022.
  • In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied daalde de reële loongroei tot min 1,4% in 2021 en min 1,7% in de eerste helft van 2022.
  • In Azië en het Stille Oceaangebied steeg de reële loongroei tot 3,5% in 2021 en vertraagde hij in de eerste helft van 2022 tot 1,3%. Wanneer China buiten beschouwing wordt gelaten - gezien het grote gewicht van dit land in de regio - is de reële loonstijging veel minder sterk, namelijk 0,3 procent in 2021 en 0,7 procent in de eerste helft van 2022.
  • In Centraal- en West-Azië groeiden de reële lonen in 2021 sterk met 12,4 procent, maar vertraagden zij tot 2,5 procent in de eerste helft van 2022.
  • In Afrika wijzen de gegevens op een daling van de reële loonstijging tot min 1,4% in 2021 en een daling tot min 0,5% in de eerste helft van 2022.
  • In de Arabische staten zijn de loontrends voorlopig, maar de schattingen wijzen op een lage loongroei van 0,5% in 2021 en 1,2% in 2022.